Hmm… je hebt maar drie kleine dingen op je lijstje staan. Dat is nooit voldoende. Dat ga je nooit redden. Misschien dan maar nog iets erbij bedenken? Nee, ben jij gek! Je laat je toch niet lijmen? En dus wandel je met boodschappentas en een superkort boodschappenbriefje naar de supermarkt.
Oh! Die overheerlijke toetjes zijn in de aanbieding! Maar je zou letten op wat je eet… Ach, wat, zo’n klein toetje mag toch wel een keer? En tot wanneer zijn ze goed? Oooh, eind februari; kan prima dus. En kijk nou; de hartige koeken zijn in de aanbieding. Maar je hebt er nog genoeg thuis liggen… Maar er is een nieuwe smaak en tja… je moet toch aan een bepaald bedrag komen.
Oke, je bent er bijna, nu alleen nog even een tijdschrift erbij en dan krijg je in plaats van 1 pakje waar je voor ging, zelfs twee pakjes! En inderdaad, bij de kassa aangekomen neem je zo nonchalant mogelijk de twee pakjes aan. Je juicht inwendig, want wie weet zit die ene er net bij die je zo graag wilde! Nou zeg, hou op! Hoe oud ben je nou?!
‘Mevrouw, heeft u voetbalplaatjes?’ Verschrikt blijf je stil staan. Voetbalplaatjes… ja duh! Maar die ga ik jou niet geven, denk je terwijl je vriendelijk zegt: ‘nee, helaas.’ Terwijl je verder loopt bedenk je dat dat wel een heel raar antwoord is, want natuurlijk krijg je die pakjes!
Nog geen vijf stappen verder; ‘mevrouw, heeft u voetbalplaatjes gekregen?’ Weer verschrikt blijf je staan en bedenk je een nieuw antwoord; ‘Eh, nee, die heb ik aan een meneer achter mij gegeven,’ en je wijst onbewust een man aan die ver achter je staat, waar de kleine jongen meteen naartoe rent om de man te belagen met z’n vragen.
Je kijkt het winkelcentrum door en je ziet ineens overal jongentjes rondlopen en vragen stellen aan mensen en dat kan maar een vraag zijn… Voor jou de vraag: hoe kom je hier doorheen?! Je ziet een boekwinkel en aan de andere kant een bloemenwinkel. Dit biedt kansen.
Zo gewoon mogelijk loop je naar de boekenwinkel en zodra je ziet dat er zo’n klein jochie op je af komt spring je de winkel binnen en begint verwoed in tijdschriften te bladeren. Zijn ze weg? Je kijkt voorzichtig om het hoekje… leeg. Mooi! Volgende halte: de bloemenwinkel. Weer loop je zo natuurlijk mogelijk, maar deze keer met wat meer vaart; je hebt immers nog meer dingen te doen, dan de hele dag jochies met vragen ontwijken.
En ja hoor, daar komen ze weer, dus hup; je springt de bloemenwinkel binnen. De jongens maken meteen rechtsom keert. Mooi! Maar voordat je weg kunt lopen vraagt de bloemist: ‘kan ik u misschien helpen? Bent u op zoek naar iets speciaals?’ Nou, als je Nick Hofs van Vitesse hebt, denk je nog, maar je besluit dat een antwoord dat met voetbal of het ontlopen van kleine jongetjes te maken heeft weinig indruk zal maken en dus koop je maar een klein bosje bloemen.
Fijn! Kost dat ontlopen je ook nog geld! Deze keer sprint je naar de uitgang. Nergens jochies te zien; de vrijheid lonkt! En vlak voordat je de draaideur door bent springt er nog eentje voor je neus: ‘mevrouw, heeft u….’ ‘Nee, jij wel?!’ En terwijl je dit zegt hou je je hand op. Het kleine ventje kijkt verbaasd en loopt weg. Hee, denk je, dat had ik veel eerder moeten doen! En met twee pakjes voetbalplaatjes veilig in je tas, ga je op weg naar huis.